Loet terug naar zijn root(s)
Mijn vader Louis (voor velen Loet) is in 1948 geboren in Bandung, Indonesië. In 1956 kwam hij naar Nederland en is sindsdien nooit meer in zijn geboorteland geweest. Nu, 56 jaar later is hij 'back to his roots'. Samen met Corrie, zijn vriendin en zijn kinderen Lucas en Stephanie (dat ben ik dus). Een reis waar we van gedroomd hebben.
donderdag 30 mei 2013
Goodbye sweet sweet Indonesia
Bijna wilde ik schrijven: na drie nachten op een tropisch eiland weer terug naar het vasteland. Dom natuurlijk, want Bali is ook gewoon een eiland. Dat vergeet je wel eens hier. Bij de haven wacht Ketut, onze chauffeur, ons op. Ketut, zo wordt ieder vierde kind genoemd hier op Bali. Dat betekent dus dat hij nog drie oudere broers of zussen moet hebben. Hij legt ons uit dat zijn oudste broer al vroeg is overleden en hij deze dus niet gekend heeft.
Ketut brengt ons naar Jasri, een klein plaatsje aan zee. Hier treffen we een fijn huisje waar we onze laatste vier nachten in Indonesië doorbrengen. In het huisje wacht Kadek ons op, onze huishoudster/kok (kokkin mag volgens Lucas niet meer). Een bescheiden, lieve vrouw die ontzettend lekker kan koken, zo blijkt.
De eerste dag kookt ze nog niet voor ons, dus Ketut brengt ons naar een restaurant in een nabijgelegen dorpje. De volgende dag start met regen, maar warm is het hier altijd, dus lezen we wat in het prieeltje in de tuin. 'S middags bezoeken we een kleine chocoladefabriek, die toevallig gerund wordt door ene Charlie. Op de enorme schommel die zich bij deze fabriek bevindt wanen we ons weer even kind!
Dinsdag brengt Ketut ons naar Amed om te gaan snorkelen. We zien honderden vissen en prachtig koraal. We snorkelen tot de contouren van de duikbril in ons voorhoofd gegrift staat en gaan tegen het eind van de middag weer terug naar het huisje. Voor de rest hebben we niks op de planning.
De laatste dag, het is nog even prachtig weer. We liggen in de tuin, lezen wat en hangen in onze privé-jacuzzi. Kadek heeft heerlijk pittige vis bereid. We overdenken onze reis. Ik realiseer me dat dit voorlopig de laatste avond is dat ik, met het geluid van de golven op de achtergrond, in mijn onderbroek geniet van een authentieke Indonesische maaltijd in de warme buitenlucht.
Gili Islands
Terwijl mijn vader en Corrie liggen te chillen op Gili Meno, zijn Lucas en ik op Gili Trawangan. Een paar dagen opsplitsen leek ons een goed idee. Corrie en mijn vader romantisch in een huisje op palen. Lucas en ik feesten op het tropische politieloze party-eiland. Van dat feesten kwam de eerste twee dagen niks. Er kwam overigens de eerste twee dagen ook niks anders.
We installeerden ons op een strandbed, bleven daar liggen totdat we trek kregen en liepen dan met een handdoekafdruk in onze wangen richting eten. Tot we de derde en laatste dag besloten dat we in ieder geval het hele eiland gezien moesten hebben. Deze heeft namelijk maar een omtrek van 6km2.
We stapten op een fiets, en rammelden over zandpaden vol kuilen en stenen het eiland over. We kwamen langs een dorpje waar vrouwen de was doen in een teiltje en kinderen zich vermaken met een paar schelpen. De Australische en Nederlandse toeristen die zich maar een paar honderd meter verderop te buit gaan aan cocktails lijken ineens heel ver weg.
'S middags besloten we te gaan snorkelen en waren beide blij verrast toen we een schildpad ontdekten tussen het dode koraal! Prachtig! We snorkelden en snorkelden tot we, jawel, trek kregen. Terug bij onze bungalow spraken we af met de 27-jarige beheerder om samen de zonsondergang te bekijken. Hij bracht ons bovenop een heuvel met een fantastisch uitzicht, we konden zelfs Bali zien.
'S avonds nam hij ons mee naar de maandelijkse Full Moon Party. We voerden hem dronken (dat wil zeggen, we gaven hem drie biertjes en toen was hij dronken), dansten een uurtje en zwalkten terug naar onze bungalow. De volgende dag wees hij naar zijn hart en zei hij dat hij pijn had, we moesten over een paar maanden maar terugkomen. We legden uit dat zelfs onze portemonnee daar niet groot genoeg voor zou zijn.
Aapjes kijken
Zondagochtend dus met de boot naar Bali. We lieten onze de weg wijzen door een willekeurige man bij de haven. Nu is het zo dat Indonesiërs vaak gewoon maar een kant op wijzen. We vermoedden dat dit ook zo'n gevalletje was. We belandden hoogstwaarschijnlijk niet op de boot die we eigenlijk moesten hebben, maar er leiden meer wegen naar Rome, eh Bali.
Op Bali wachtte Ketut ons op, de chauffeur die ons naar het guesthouse in Ubud zou brengen. Het meisje op het tv-schermpje in zijn auto zong "I pick all my skirts to be a little too sexy, just like all of my thoughts they always get a bit naughty" en zo werden we direct geconfronteerd met de andere wereld die Bali heet.
We zijn in Ubud, de culturele hoofdstad van Bali. Rustiger dan we tot nu toe van Indonesische steden gezien hebben, maar wel veel toeristischer. Lucas noemde het cultuurshock nummer 3, hij moest weer wennen aan al die pigmentloze huid om ons heen. De eerste dag begonnen we met een wandeling door de stad. Nadat we om de zoveel meter werden aangesproken door zogenaamde taxi-chauffeurs hadden Lucas en ik het wel gehad. Wij wilden het terras op en een koude watermelon-juice drinken. Mijn vader en Corrie hebben nog even gewinkeld.
Dinsdag maakten we, zonder gids die ons de stuipen op het lijf kon jagen, een wandeling door de rijstvelden van Ubud. Vlak buiten de stad was het prachtig groen. We begrepen snel waarom, halverwege de wandeling stortte het hemelwater op onze onbeschutte hoofden. Die avond bezochtten we een dansvoorstelling, de Kecak, oftewel Apendans. De dans werd begeleid door een koor van 100 mannen, het verhaal ontging ons op dat moment een beetje, maar dat zoeken we op!
Als afsluiter wilden we een biertje drinken en kwamen terecht in een café waar zonder twijfel de slechtste band van heel Indonesië optrad. Ik heb mijn vader en Corrie nog nooit zo snel een biertje achterover zien tikken.
De volgende dag bezochtten we het Monkey Forest, een heilig bos met drie tempels die bewaakt worden door 600 apen. Corrie heeft noodgedwongen haar flesje water af moeten staan aan een dorstige makaak, maar verder leken ze zich weinig te interesseren in ons. Wij ons des te meer in hen.
'S middags hebben mijn vader en Corrie nog even gewinkeld. Ik heb, met uitzicht over de oneindig lijkende rijstvelden, anderhalf uur yoga-les gehad van een lenige Indonees. Helemaal zen liep ik samen met Lucas (die mij op stond te wachten met een paraplu, awwww) door de regen terug naar het hotel. Op naar the Gili-Islands!
Namasté.
We zijn in Ubud, de culturele hoofdstad van Bali. Rustiger dan we tot nu toe van Indonesische steden gezien hebben, maar wel veel toeristischer. Lucas noemde het cultuurshock nummer 3, hij moest weer wennen aan al die pigmentloze huid om ons heen. De eerste dag begonnen we met een wandeling door de stad. Nadat we om de zoveel meter werden aangesproken door zogenaamde taxi-chauffeurs hadden Lucas en ik het wel gehad. Wij wilden het terras op en een koude watermelon-juice drinken. Mijn vader en Corrie hebben nog even gewinkeld.
Dinsdag maakten we, zonder gids die ons de stuipen op het lijf kon jagen, een wandeling door de rijstvelden van Ubud. Vlak buiten de stad was het prachtig groen. We begrepen snel waarom, halverwege de wandeling stortte het hemelwater op onze onbeschutte hoofden. Die avond bezochtten we een dansvoorstelling, de Kecak, oftewel Apendans. De dans werd begeleid door een koor van 100 mannen, het verhaal ontging ons op dat moment een beetje, maar dat zoeken we op!
Als afsluiter wilden we een biertje drinken en kwamen terecht in een café waar zonder twijfel de slechtste band van heel Indonesië optrad. Ik heb mijn vader en Corrie nog nooit zo snel een biertje achterover zien tikken.
De volgende dag bezochtten we het Monkey Forest, een heilig bos met drie tempels die bewaakt worden door 600 apen. Corrie heeft noodgedwongen haar flesje water af moeten staan aan een dorstige makaak, maar verder leken ze zich weinig te interesseren in ons. Wij ons des te meer in hen.
'S middags hebben mijn vader en Corrie nog even gewinkeld. Ik heb, met uitzicht over de oneindig lijkende rijstvelden, anderhalf uur yoga-les gehad van een lenige Indonees. Helemaal zen liep ik samen met Lucas (die mij op stond te wachten met een paraplu, awwww) door de regen terug naar het hotel. Op naar the Gili-Islands!
Namasté.
vrijdag 24 mei 2013
The last of Java
Zoveel indrukken, zoveel belevenissen (+ twee manfiguren die de laptop confisqueren). Dan schiet het schrijven er wel eens bij in. De laatste keer dat ik schreef zaten we in de trein naar Kalibaru. Daar arriveerden we om 03.30u 's nachts op het station en werden we opgehaald door de Rotterdammer Peter. Hij bracht ons naar zijn guesthouse, een prachtig complex met een nog prachtigere (is dat een woord?) tuin.
Een oase vol palmbomen, bananenbomen, een zwembad en allerlei boeddhabeelden. Hier konden we de komende drie nachten zeker rustig doorbrengen, dachten we. Totdat we de muezzin hoorden. Deze roept vanaf een minaret van de moskee een aantal keer per dag op tot gebed. Dit zijn we inmiddels gewend en meestal duurt dat een paar minuten. Deze beste man was, leek het wel, de ganze koran aan het voorlezen. Urenlang was hij bezig met iets onverstaanbaars. Gelukkig waren we moe van de treinreis en vielen we uiteindelijk toch in een korte slaap.
De volgende dag op pad met Sariman. De bewaker/porter/lokale gids van het guesthouse. Hij, in oranje Holland shirt, voorop in stevige pas. We kwamen door rijstvelden, aten suikkerriet zo van het land en bezochten een kleine gula djawa (palmsuiker) fabriek. Onderweg kwamen we nog een paar grote achtvoeters tegen, deze keer genoeg moed om een foto te maken. Zoals onze eerdere gids in Bogor, vond Sariman het ook leuk om ons te pesten door het beest op te pakken. Dat we alle vier als gillende keukenmeiden door het woud renden weerhield hem er niet van om ons dwars door de bush te sturen. En maar goed ook, want het was prachtig.
Zaterdag op pad met Peter, de eigenaar van het guesthouse. De vriendelijke Rotterdammer die gebukt gaat onder groot verdriet om het verliezen van zijn vrouw. We bezochten samen met hem een grote plantage waar cacao, rubber, koffie en kruidnagel verbouwd en verwerkt wordt. Hij vertelde dat er zo'n 1500 mensen op deze plantage werken. Deze mensen verdienen niet veel, maar hebben een relatief goed leven. Ze krijgen verzorging bij ziekte en bouwen op de plantage aan een klein pensioen. Dat geldt helaas voor de meeste Indonesiërs niet.
Dit was onze laatste dag op Java, zondagochtend gaan we met een busje naar Padangbai, waar onze boot naar Bali wacht.
vrijdag 17 mei 2013
De Dingen Die Ons Opvielen
Op het moment van schrijven zitten we in de trein van Yogyakarta naar Kalibaru. Een reis van drie uur 's middags tot drie uur 's nachts. We kunnen maar kort genieten van de rijstvelden die aan ons voorbijschieten want om vijf uur is het al donker buiten. Mooi de tijd om een blogje te schrijven. Vandaag een algemene, over 'de dingen die ons opvielen'.
Cebok
Allereerst, iets waar we vanzelfsprekend dag één al mee in aanraking kwamen. Het toilet. Nou is het zo dat Indonesiërs een hurktoilet bezitten, maar de guesthouses meestal een pot zoals wij hem kennen. Het ontbreekt echter vaak wel aan toiletpapier. In plaats daarvan hangt er een soort tuinslang met een kleine douchekop aan het eind. Met rechts houd je de tuinslang vast en met links was je, ja met je blote hand, je billen. Cebok noemen ze dat hier. Daarom eten Indonesiërs niet met hun linkerhand.
De eerste keer dat ik het probeerde richtte ik niet goed, dus het enige dat schoon achterbleef was de muur achter het toilet. De tweede keer spoot de waterstraal regelrecht mijn broek in. Oefening baart kunst, hoop ik maar.
(Niet mijn enige gevalletje van onhandigheid deze vakantie. Ik zakte al door een ligstoel bij het zwembad, gleed twee keer van een dijkje een blubberig rijstveld in, stapte in het donker bovenop een glibberig dier, liet een wc-rol in de pot vallen, legde mijn handen op een spinnennest en zag een groene peper aan voor een stuk paprika.)
Verkeersmannetjes
Het tweede dat ons opviel zijn de, zoals wij ze noemen, verkeersmannetjes. Bij ieder druk kruispunt of onoverzichtelijke uitrit staat er wel één. Een man met een fluitje die het verkeer regelt en ervoor zorgt dat auto's veilig het kruispunt over komen of veilig een uitrit afrijden. In werkelijkheid is het een wildfluitend om zich heen wuivend mannetje die niet heel veel respect afdwingt bij de overige verkeersdeelnemers. Toch komt er altijd een armpje uit de auto en ontvangt het verkeersmannetje een paar rupiahs. Fascinerend om naar te kijken.
Selemat tidur
Het is niet vreemd als je tijdens een wandeling een handjevol slapende mensen tegenkomt. Becak-rijders die even een dutje doen in hun fiets, mensen die terugkomen van de markt en halverwege op straat in slaap zijn gevallen, beveiligers die nog met de portofoon aan hun mond de ogen sluiten. Het maakt me weeïg, zo aandoenlijk vind ik het om te zien hoe ze als vermoeide baby's zo diep kunnen slapen in deze hectische wereld.
Vuilnisverbranding
De eerste keer dat we ergens een stinkende rookpluim zagen waren we half in paniek in staat om 'brand!' (eerst even opzoeken in onze hoe&wat in het Indonesisch) te roepen en de brandweer te bellen. Totdat we zagen dat er iemand bij een vuur stond die hij bewust aangestoken leek te hebben. Met een stok hield hij de boel wat bij elkaar. De plaatselijke vuilnisverbranding. In elke straat ligt wel een vuilnisbelt die zo nu en dan in de fik gezet wordt.
Aneka juice
Het beste van allemaal, in elk restaurant of café verkopen ze vers fruitsap! Geen concentraat, geen voorgeperst sap, maar vers geblendeerde mango-, watermeloen-, zuurzak-, ananas-, aardbei- en/of bananensap! Op die ene na die naar penicilline smaakte, zijn ze heerlijk fris en gunnen we onszelf iedere dag zo'n fijn sapje.
dinsdag 14 mei 2013
Hey mister, batik, cheap batik!
Het is alweer een paar dagen geleden dat we de geboortestad van mijn vader verlieten. We zitten inmiddels in Yogyakarta, een minder hectische stad (in vergelijking met Bogor en Bandung) waar mijn oma voor de oorlog nog heeft gewoond. We namen zaterdagochtend de trein vanuit Bandung en reden door prachtig groene rijstvelden die uiteindelijk hetzelfde hypnotiserende effect hadden als schaapjes tellen. Het grootste deel van de reis heb ik slapend doorgebracht en de rest van de familie kon het knikkebollen ook niet tegenhouden.
Eenmaal in Yogyakarta zagen we direct al dat we in toeristischer gebied waren. We bleken niet meer de enige blanke mensen op aarde te zijn. Moe van de reis, na al dat slapen ja, besloten we niet veel meer te doen. De volgende dag bezochten we een batikfabriek en zagen hoe batik met de hand werd gemaakt. Een, soms wel maandenlang, proces van waxen, verven, koken, waxen, verven, koken. Leuk om te zien, maar het verschil tussen echte batik en de zogenoemde 'Coca Cola batik' is ons nog niet duidelijk.

Dag 3 in Yogyakarta, het is maandag en we willen het paleis van de sultan bezoeken, de/het kraton. Helaas voor ons is het gesloten vanwege hoog bezoek uit Jakarta. We ontmoetten een gamelanspeler die ons in een becak (fietstaxi) richting de kunstacademie stuurde. Twee mannetjes fietsten ons voor minder dan twee euro de halve stad door. Heuvel op, met een graad of 30. Ik kan er nog niet aan wennen en voelde me een rijke blanke die te lui was om te lopen. Na een batik-art expositie liepen we terug door de hoofdstraat en om de zoveel meter hoorden we "Hey mister, batik, cheap batik!"
Uitgeput van het wandelen en afwimpelen van verkopers ploffen we neer in een familiecafé naast het waterkasteel van de sultan. We bestellen nasi goreng en gado-gado, de hele familie duikt de keuken in en even later genieten we van een verse maaltijd. Al die rijst komt ons nog steeds niet de neus uit. (Alhoewel Lucas stiekem één keer een hamburger met friet heeft besteld, sshht....)
Vandaag een bezoek aan de Borobudur en de Prambanan! Een chauffeur bracht ons eerst naar de grootste boeddhistische tempel ter wereld, de Borobudur. Met de wijzers van de klok mee lopen we terras voor terras naar de top. Volgens het boeddhisme een stap dichterbij de verlichting. Dan moet je hem alleen wel 7 keer rond, maar we moesten binnen twee uur weer beneden zijn van de chauffer, dus tsja.. Eenmaal beneden bleek het een hele opgave om ons als een baby uit de baarmoeder van souvenirverkopers te persen, maar toen we eenmaal weer lucht kregen waren we blij en onder de indruk van het enorme bouwwerk.
Als afsluiter naar het grootste hindoe-tempelcomplex van Indonesië, de Prambanan. Een groot gedeelte van de tempel is door de aardbeving in 2006 verwoest, maar alsnog is het ook een indrukwekkende plek. Morgen onze laatste dag in Yogyakarta. We hebben lekker helemaal niks op de planning. Alle vier hebben we een dagje nodig om de indrukken van de afgelopen 11 dagen te verwerken. Soms is het vermoeiend en heftig om rustig te blijven in de hectiek van dit land. Gelukkig is het meestal mooi en genieten we van de uitzichten, het leven buiten en natuurlijk
Eenmaal in Yogyakarta zagen we direct al dat we in toeristischer gebied waren. We bleken niet meer de enige blanke mensen op aarde te zijn. Moe van de reis, na al dat slapen ja, besloten we niet veel meer te doen. De volgende dag bezochten we een batikfabriek en zagen hoe batik met de hand werd gemaakt. Een, soms wel maandenlang, proces van waxen, verven, koken, waxen, verven, koken. Leuk om te zien, maar het verschil tussen echte batik en de zogenoemde 'Coca Cola batik' is ons nog niet duidelijk.
We liepen verder, op weg naar de vogeltjesmarkt. Een markt waar allerlei, helaas ook beschermde, vogelsoorten worden verkocht. We baanden ons een weg door de honderden geparkeerde scooters en lieten ons opnemen in de naar vogelpoep riekende markt. Honderden vogeltjes, kaalgeplukte kippen en gekleurde kuikens piepten en kakelden alsof hun leven er vanaf hing. Hoe dieper we kwamen hoe erger het werd. Puppy's, kittens, eekhoorntjes, alles was te koop. Genoeg indrukken voor vandaag. Terug naar ons guesthouse.
Dag 3 in Yogyakarta, het is maandag en we willen het paleis van de sultan bezoeken, de/het kraton. Helaas voor ons is het gesloten vanwege hoog bezoek uit Jakarta. We ontmoetten een gamelanspeler die ons in een becak (fietstaxi) richting de kunstacademie stuurde. Twee mannetjes fietsten ons voor minder dan twee euro de halve stad door. Heuvel op, met een graad of 30. Ik kan er nog niet aan wennen en voelde me een rijke blanke die te lui was om te lopen. Na een batik-art expositie liepen we terug door de hoofdstraat en om de zoveel meter hoorden we "Hey mister, batik, cheap batik!"
Uitgeput van het wandelen en afwimpelen van verkopers ploffen we neer in een familiecafé naast het waterkasteel van de sultan. We bestellen nasi goreng en gado-gado, de hele familie duikt de keuken in en even later genieten we van een verse maaltijd. Al die rijst komt ons nog steeds niet de neus uit. (Alhoewel Lucas stiekem één keer een hamburger met friet heeft besteld, sshht....)
Vandaag een bezoek aan de Borobudur en de Prambanan! Een chauffeur bracht ons eerst naar de grootste boeddhistische tempel ter wereld, de Borobudur. Met de wijzers van de klok mee lopen we terras voor terras naar de top. Volgens het boeddhisme een stap dichterbij de verlichting. Dan moet je hem alleen wel 7 keer rond, maar we moesten binnen twee uur weer beneden zijn van de chauffer, dus tsja.. Eenmaal beneden bleek het een hele opgave om ons als een baby uit de baarmoeder van souvenirverkopers te persen, maar toen we eenmaal weer lucht kregen waren we blij en onder de indruk van het enorme bouwwerk.
Als afsluiter naar het grootste hindoe-tempelcomplex van Indonesië, de Prambanan. Een groot gedeelte van de tempel is door de aardbeving in 2006 verwoest, maar alsnog is het ook een indrukwekkende plek. Morgen onze laatste dag in Yogyakarta. We hebben lekker helemaal niks op de planning. Alle vier hebben we een dagje nodig om de indrukken van de afgelopen 11 dagen te verwerken. Soms is het vermoeiend en heftig om rustig te blijven in de hectiek van dit land. Gelukkig is het meestal mooi en genieten we van de uitzichten, het leven buiten en natuurlijk
vrijdag 10 mei 2013
We found the roots!
Gister voelde ik voor het eerst iets wat men denk ik een cultuurshock noemt. Ik hing een beetje met mijn hoofd uit het raam van de taxi en terwijl mijn longen zich vulden met uitlaatgassen realiseerde ik mij dat ik naar een wereld keek die zo ver bij die van mij vandaan ligt. Overal mensen, overal armoede en overal vuil. Je ondergaat het als je hier bent, want het hoort bij dit land, het is het leven van de mensen hier. Even wist ik niet wat ik moest voelen of denken.
We waren onderweg naar de Tangkuban Perahu, een actieve vulkaan ten Noorden van Bandung. Eenmaal daar bleken we niet de enigen, half Bandung was namelijk vrij in verband met een feestdag. Een lokale gids begeleidde ons naar een krater waarin we lavasteen, zwavel en een kokend hete geiser bekeken. Van de overige 5 gidsen die steeds al met ons meeliepen hebben we veel te dure souvenirs gekocht. Nee zeggen vinden we heel moeilijk hier, maar dat leren we wel.
De chauffeur bracht ons later via groene theeplantages naar een park met heetwaterbronnen. We hadden zwemkleding meegenomen, maar zwemmen kwam er niet van. Het stikte er van de mensen, vanwege die feestdag dus, en zodoende kon je over de hoofden lopen. Iedereen zwom trouwens in t-shirt en korte broek, dus ik sloeg ook volledig de plank mis met mijn felgekleurde bikini'tje.
Vandaag een spannende dag! Het bezoek aan Jalan Sirnasari 3, het huis waar mijn vader tot zijn 7e heeft gewoond. We waren er gister al even om een briefje af te geven voor de huidige bewoonster, juffrouw (geen mevrouw hoor!) de Vries. Toen konden we alleen de voorgevel zien vanachter een groot hek. Ze belde later en wilde ons vandaag graag ontvangen. Een eenzame lieve vrouw die ons heel hartelijk begroette met een tafel vol lekkere hapjes. Ze vond mijn vader een hele knappe man en leek te genieten van ons bezoek. Ze vertelde dat ze helemaal alleen was, haar kinderen en man was ze verloren.
Na een kop thee en teveel lekkers ("aduh, nemen ja") liepen we naar de tuin. Achter het huis was een personeelsverblijf en mijn vader dacht te herinneren dat ze daar vroeger woonden. Juffrouw de Vries wees naar het bijhuis aan de zijkant en vertelde dat Margriet (mijn tante, mijn vaders zus) zei dat ze daar hadden gewoond. Ineens zag ik de herkenning in mijn vaders ogen, nu wist hij het weer! Dat was inderdaad hun huis. Een mooi moment en ook voor Lucas en mij bijzonder om te zien.
We mochten niet weg zonder drie zoenen en twee tassen vol pisang goreng en andere zoetigheden. Over een paar jaar moesten we maar weer terugkomen.
- Stephanie
Ja,eindelijk na meer dan 56 jaar weer terug naar het huis waar ik van mijn geboorte tot mijn 7e jaar heb gewoond.
Het was toch een aparte gewaarwording,niet dat ik nog veel van kan herinneren,maar het idee dat ik er ben,is toch heel byzonder.
In mijn gedachte was het huis waar we woonden recht tegenover de oprit,maar in werkelijkheid zat het tegen het hoofdgebouw aangebouwd en zoals Stephanie al verwoorde kwam uiteindelijk bij mij de herinnering,dat we daar moeten hebben gewoond.
Kon toen weer de slaapkamer van mijn broers voor de geest halen.
Wat ik me kan herinneren is,dat er een grote haag tussen de buren en ons huis was,maar dat er nu een muur van wel 3 meter hoog met prikkeldraad staat.
De straat is in mijn ogen smal,terwijl het vroeger veel breder was.
Al met al is het een goed idee geweest van Stephanie en Lucas om naar mijn roots te gaan,zodat ook zij kunnen zien waar hun vader gewoond heeft en zijn jeugd heeft doorgebracht.
- Loet,
- Stephanie
Ja,eindelijk na meer dan 56 jaar weer terug naar het huis waar ik van mijn geboorte tot mijn 7e jaar heb gewoond.
Het was toch een aparte gewaarwording,niet dat ik nog veel van kan herinneren,maar het idee dat ik er ben,is toch heel byzonder.
In mijn gedachte was het huis waar we woonden recht tegenover de oprit,maar in werkelijkheid zat het tegen het hoofdgebouw aangebouwd en zoals Stephanie al verwoorde kwam uiteindelijk bij mij de herinnering,dat we daar moeten hebben gewoond.
Kon toen weer de slaapkamer van mijn broers voor de geest halen.
Wat ik me kan herinneren is,dat er een grote haag tussen de buren en ons huis was,maar dat er nu een muur van wel 3 meter hoog met prikkeldraad staat.
De straat is in mijn ogen smal,terwijl het vroeger veel breder was.
Al met al is het een goed idee geweest van Stephanie en Lucas om naar mijn roots te gaan,zodat ook zij kunnen zien waar hun vader gewoond heeft en zijn jeugd heeft doorgebracht.
- Loet,
Abonneren op:
Reacties (Atom)